Het terrarium opzetten

Het opzetten en onderhouden van een terrarium is erg leuk, maar soms niet eenvoudig. U moet bijvoorbeeld weten welke spullen u nodig heeft, hoe u het klimaat stabiel houdt en welk terrarium geschikt is voor uw huisdier. In dit document worden de basisprincipes voor terrariumtechniek uitgelegd. Houd daarbij in gedachten dat het onmogelijk is om in een algemeen verhaal voor elke soort het juiste terrarium te beschrijven. Verdiep u dan ook, voordat u een terrarium gaat aanleggen, in het dier dat u daarin wilt huisvesten. Ga na in wat voor omstandigheden het dier leeft in de natuur en wat dus zijn huisvestingswensen zijn en laat u goed voorlichten.

Verschillende typen terraria

Er zijn in grote lijnen vier hoofdtypen terraria te onderscheiden, ingedeeld naar het soort klimaat of het type omgeving dat ze nabootsen: gematigd, woestijn, tropisch en moeras (paludaria).

Gematigde terraria bootsen een gematigde klimaatzone na, bijvoorbeeld het Zuid-Europese klimaat. Deze terraria zijn meestal erg ruim van opzet en hebben als belangrijkste kenmerk het veelvuldig gebruik van hout, stenen en kleinere planten. Temperaturen liggen in het warme jaargetijde overdag rond de 25 tot 32 graden Celsius en in de nacht rond de 12 tot 20 graden Celsius. De luchtvochtigheid ligt gemiddeld tussen de 50 en 75%. In de winter zijn de temperaturen lager.

Een woestijnterrarium kenmerkt zich door een droog klimaat en veel licht. Zoals bij alle terraria moet ook hier afwisseling zijn tussen warme en koelere plekken. De dieren zullen de warme plekken gebruiken om op temperatuur te komen en moeten zich daarna kunnen verplaatsen naar een koele, schaduwrijke plaats. ’s Nachts mag het relatief veel koeler zijn dan overdag. Een steppeterrarium is in wezen een woestijnterrarium. In principe kunnen daarom de aanwijzingen voor een woestijnterrarium worden gevolgd. Let wel dat een steppeterrarium ten opzichte van een woestijnterrarium doorgaans wat meer aangekleed wordt met droge takken, stenen, planten, enzovoorts, maar dit is natuurlijk afhankelijk van de soort die in het terrarium gehouden wordt.

Een tropisch terrarium (ook wel regenwoudterrarium genoemd) kenmerkt zich door een weelderige plantengroei, een relatief klein watergedeelte, een min of meer constante temperatuur van circa 25 tot 30 graden Celsius (maar dit kan uiteraard per diersoort verschillen), nauwelijks afkoeling gedurende de nacht en een relatief hoge luchtvochtigheid.

Een tropisch paludarium bevat een wat groter (ongeveer een derde van het bodemoppervlak) ondiep watergedeelte, maar de omstandigheden zijn vergelijkbaar met die in een tropisch terrarium.

Om te bepalen in welk soort terrarium een terrariumdier thuishoort moet er gekeken worden naar de natuurlijke leefomgeving van het dier. De omstandigheden waaraan het dier wordt blootgesteld in zijn natuurlijke leefomgeving (onder andere temperatuur, luchtvochtigheid, lichtintensiteit, daglengte), moeten in het terrarium zo goed mogelijk nagebootst worden. Hieronder volgen de basisprincipes om dat te bereiken.

Materiaal

Glas is het beste materiaal voor een terrarium.

Grootte en vorm

De grootte van het terrarium is afhankelijk van de grootte en activiteit van het dier, het aantal dieren dat erin wordt gehouden en hun onderlinge verdraagzaamheid. Hoe groter en/of actiever het dier, hoe groter het aantal dieren of hoe minder verdraagzaam, hoe groter het terrarium moet zijn. In het algemeen geldt: hoe groter, hoe beter.

De vorm van het terrarium is afhankelijk van de leefgewoonten van de bewoner ervan. Boombewoners en dieren die graag klimmen stellen prijs op een terrarium met enige hoogte, zodat er ruimte is voor wat hogere planten en klimtakken. Bodembewoners geven juist de voorkeur aan een groot bodemoppervlak.

Plaats

Een goede plaats voor een terrarium is een rustige plaats waarbij u een goed zicht op de dieren hebt en waarbij regelmatige onderhouds- en schoonmaakbeurten in een gemakkelijke houding kunnen worden uitgevoerd. Dieren die van nature gevoelig zijn voor stress kunnen het beste in een rustige ruimte worden geplaatst.
Om oververhitting te voorkomen is het verder belangrijk dat het terrarium niet pal in de zon staat (bijvoorbeeld voor een raam) en niet in een ruimte staat waar de temperatuur ’s zomers hoog oploopt en het ’s nachts nauwelijks afkoelt (bijvoorbeeld een slecht geïsoleerde zolderkamer). ’s Winters is een onverwarmde ruimte (kelder, bijkeuken) geen goede plek voor een terrarium; er gaat te veel warmte verloren.

Verwarming

Verwarming van het terrarium kan plaatsvinden van opzij met behulp van warmtematjes of verwarmingskabels en van bovenaf met behulp van de verlichting, indien nodig aangevuld met keramische warmtestralers, en/of warmtelampen. Verwarming van bovenaf is het meest natuurlijk (vergelijk met natuurlijke verwarming door de zon) en verdient daarom de voorkeur. Als gekozen wordt voor verwarming van opzij moet altijd ook worden gezorgd voor een warmtebron van bovenaf waaronder het dier kan zonnebaden. Verwarming van onderaf moet worden afgeraden omdat deze onnatuurlijk is en tot gezondheidsklachten kan leiden. Bovendien graven dieren die verkoeling zoeken zich vaak in.

Bijverwarming

Voor bijverwarming tijdens de nacht en indien nodig overdag zijn infraroodlampen (warmtelampen) geschikt. ’s Nachts mogen er geen witte of gele lampen branden, omdat het voor terrariumdieren dan voortdurend dag is wat resulteert in stress. Bij het gebruik van rode of blauwe gloeilampen is het mogelijk nachtactieve dieren te observeren.

Voor bijverwarming overdag zijn gloeilampen (gewoon of halogeen) en spots (gloeilampen met een zilverkleurige achtergrond) geschikt. Voor de meeste terrariumdieren moet er tenminste één plek in het terrarium aanwezig zijn met een hogere temperatuur (meestal zo’n 30 tot 40 graden Celsius) waar ze een zonnebad kunnen nemen. Voor dat doel zijn spots zeer geschikt. Spots van 40 Watt zijn uitsluitend geschikt voor terraria met een hoogte van tenminste 40 centimeter, spots van 60 Watt uitsluitend voor terraria hoger dan 50 centimeter. Meet altijd of de temperatuur onder de spot niet te hoog oploopt! Eventueel kunt u met een dimmer de warmte die de lamp afgeeft aanpassen.

Meten is weten

Om te bepalen of de verwarming van uw terrarium adequaat is, moet er gemeten worden: meet de temperatuur in ieder geval in de warmste en koudste hoek. Gebruik goede (digitale) thermometers.

UV-verlichting

Er is veel onderzoek gedaan naar het nut of de noodzaak van UV licht voor terrariumdieren. Er zijn twee soorten UV straling van belang: UV-A en UV-B.

UV-A

UV-A speelt een bijzondere rol bij reptielen; ze kunnen namelijk in tegenstelling tot mensen UV-A zien, waardoor ze kleuren anders waarnemen. Veel reptielen zijn afhankelijk van UV-A om soortgenoten, planten en insecten te herkennen aan hun unieke UV-A weerkaatsings- patroon. Bovendien vertonen reptielen die blootgesteld worden aan UV-A meer sociaal gedrag en activiteit en zijn ze meer geneigd te zonnebaden, te eten en zich voort te planten.

UV-B

Veel dieren, waaronder veel reptielensoorten, zijn afhankelijk van UV-B voor de aanmaak van vitamine D in de huid. Vitamine D is onder andere nodig voor de opname van calcium (kalk) uit het voedsel en de verwerking ervan in het lichaam. Calcium op zijn beurt is niet alleen nodig voor gezonde botten, maar ook voor het transport van signalen door zenuwen en voor samentrekkingen van spieren. Blootstelling aan UV-B- licht is daardoor essentieel.

UV lampen kunnen hun UV-waarde snel verliezen, daarom moeten deze lampen regelmatig vervangen worden, tot wel eens per drie maanden.

Natuurlijk UV-B

Sommige terrariumdieren zoals leguanen, kameleons en schildpadden kunt u ’s zomers blootstellen aan de meest natuurlijke en beste UV bron, de zon, door ze mee naar buiten te nemen. Houd toezicht en zorg ervoor dat het dier zich altijd in de schaduw terug kan trekken. Zet de dieren nooit buiten in een glazen terrarium, want achter het glas kan de temperatuur snel en heel hoog oplopen. Bovendien dringt UV-B niet door het glas heen. Leguanen en kameleons kunnen prima in bijvoorbeeld een papegaaienkooi voorzien van enkele klimtakken enkele uren buiten verblijven. Let echter wel op tocht, want hier zijn de meeste reptielen gevoelig voor. Voor schildpadden is een (eventueel omheind) gazon zeer geschikt.

Zichtbaar licht

UV lampen geven altijd weinig zichtbaar licht en bovendien alleen in het blauwe gebied. Daarom moeten terraria altijd op een andere manier (bij)verlicht worden.
 

Aandachtspunten bij verlichting

Verlichtingsduur

In een tropisch regenwoudterrarium mag de verlichting het hele jaar door 12 uur per dag branden. De lichtintensiteit mag wel worden verminderd: vooral in perioden van regentijd, is de natuurlijke lichtintensiteit lager en dit kan een zeer belangrijke rol spelen bij de voortplanting. In de meeste andere terraria moeten de seizoenen worden nagebootst, dus bijvoorbeeld 8 uur licht in de winter en 12 tot 14 uur in de zomer. Het is handig de verlichting aan te sluiten op een tijdklok, zodat de verlichting ’s ochtends automatisch aan en ’s avonds weer uit gaat. Op internet zijn daglengtes te vinden in bepaalde maanden op verschillende breedtegraden: door deze in te stellen kunt u de natuurlijke daglengte in de oorspronkelijke leefomgeving van uw reptiel instellen.

Water, luchtvochtigheid en ventilatie

Reptielen en amfibieën verliezen via de ademhaling en huid voortdurend vocht. Door de verwarming en verlichting wordt het in een terrarium bovendien snel heel droog, waardoor risico bestaat op uitdroging van de dieren. Dit geldt in het bijzonder voor amfibieën, die voornamelijk via hun zeer dunne huid vocht opnemen en nauwelijks drinken.

In ieder terrarium moet om uitdroging van dieren en planten te voorkomen tenminste één keer per dag gesproeid worden. Het is het handigst om dit ’s avonds vlak voor het uitschakelen van de verlichting te doen aangezien bij volle verlichting het water snel verdampt. Veel dieren zullen van de druppels water op de planten en andere voorwerpen drinken.

In een paludarium moet de vochtigheid overdag ongeveer tussen 70 en 80% liggen, gedurende de avond en nacht oplopend naar 100%. In een regenwoudterrarium moet de luchtvochtigheid altijd tussen 80 en 100% liggen en in een woestijnterrarium moet het juist erg droog zijn. Hang een goede hygrometer in het terrarium, zodat u te allen tijde de luchtvochtigheid kunt aflezen.

U kunt het terrarium sproeien met behulp van een plantenspuit of met behulp van een ingebouwde sproei-installatie (op een tijdklok). Sproei altijd met een fijne nevel en gebruik uitsluitend lauw water. Houd bij het sproeien, vooral bij slangen, altijd een deel van de bodembedekking droog. Bij een te natte bodem kunnen namelijk gemakkelijk huidproblemen ontstaan.

Zorg in elk terrarium in ieder geval ook voor een drinkbak of bij diersoorten die graag een bad nemen voor een waterbad. De dieren kunnen eruit drinken of erin baden, maar een waterbak helpt ook aanzienlijk bij het in stand houden van de gewenste luchtvochtigheid. Vul een waterbad niet tot de rand: de bak zal overstromen als het dier een bad neemt waardoor de bodembedekking doorweekt raakt.

In een paludarium bestaat per definitie een groot deel van het bodemoppervlak uit water. Dit watergedeelte kan eventueel worden voorzien van een waterval. Een waterval is overigens ook prima toepasbaar in een regenwoudterrarium. Het maakt het terrarium niet alleen (nog) plezieriger om naar te kijken, het helpt ook zeer goed bij het vochtig houden van de lucht en veel dieren (bijvoorbeeld kameleons) drinken graag van stromend water.

Let er bij de keuze en installatie van waterbakken en/of watervallen wel op dat de dieren gemakkelijk in en uit het water kunnen klimmen en dat het water niet te diep is bij niet zulke goede zwemmers. Schildpadden moeten zich gemakkelijk in het water kunnen omdraaien als zij op hun rug terecht komen.

Waterbakken moeten dagelijks worden afgewassen en voorzien van vers water: veel terrariumdieren doen namelijk bij voorkeur hun behoefte in het water. Gebruik voor het schoonmaken een afwasmiddel, spoel zeer goed na en droog de bak altijd eerst goed af voordat u deze opnieuw vult.

Het meest toegepaste ventilatiesysteem bestaat uit een ventilatierooster aan de onderzijde van het voorpaneel en een aan de achterzijde van de bovenkant. Frisse lucht die via het rooster aan de voorzijde binnenkomt warmt door de verwarming en verlichting op, stijgt daardoor op, neemt vocht op en verlaat uiteindelijk na enige tijd via de bovenzijde het terrarium om plaats te maken voor nieuwe frisse lucht (deze wordt als het ware aangezogen). Tocht ontstaat eerder als de ventilatieopeningen recht tegenover elkaar liggen, als de temperatuurverschillen tussen buiten en binnen te groot zijn of als de luchtsnelheid te groot is, bijvoorbeeld doordat het terrarium zelf op de tocht staat (op de grond of in de buurt van open deuren en ramen).

Bodembedekking

Voor een woestijnterrarium is zand een veel gebruikte bodembedekking. Voor dieren die holen graven is het aan te bevelen een zandsoort te gebruiken die te modelleren is, zodat gemaakte holen niet direct instorten. Vervang een zandbodem tenminste twee keer per jaar. Bied indien mogelijk voedsel aan in een voerbak om de opname van zand te beperken.

Als bodembedekking voor het regenwoudterrarium en paludarium zijn (kurk)schorssnippers, houtsnippers van de beuk (géén ceder in verband met giftige dampen), kokosspaanders, kokosvezel en turfmolm of turfstrooisel geschikt. Kies, als u houtsnippers gebruikt, voor gebrande snippers omdat deze schoner zijn: eventueel aanwezige ziektekiemen zijn door het branden gedood. Let ook hier weer op het feit dat grotere bodemdeeltjes makkelijker voor verstopping zorgen.

Bovenop de bodembedekking kunt u in regenwoudterraria en paludaria een laagje mos leggen. Mos houdt vocht goed vast en is vooral goed bruikbaar in terraria met amfibieën. Mos vergaat wel en moet dus regelmatig worden vervangen.

Planten

Voor woestijnterraria zijn Sansevieria soorten en vetplanten zoals Agave en Aloë soorten zeer geschikt. Cactussoorten zonder al te grote stekels zijn eventueel ook bruikbaar.
Voor de beplanting van een regenwoudterrarium of paludarium kunnen vele verschillende soorten (kamer)planten worden gebruikt: klimop, Ficus pumila, orchideeën, Kaaps viooltje (Saintpaulia-soorten), Philodendron, Syngonium podophyllum, Tillandsia, Scindapsus (S. aureus en S. pictus), Maranta soorten, Bromelia’s (Guzmania, Neoregilia en Vriesea soorten), Dieffenbachia, Monstera, Java mos en tropische varens (bijvoorbeeld vleugelvaren en vliesvaren) zijn zeer geschikt. Bij dieren met voeten met hechtschijven en/of haakcellen, zoals bijvoorbeeld boomkikkers en gekko’s, kunt u het beste kiezen voor planten met grote, gladde bladeren.

Was nieuwe planten grondig met water voordat u ze in het terrarium zet, omdat er vaak bestrijdingsmiddelen, glansmiddelen en meststoffen van de kwekerij op de plant zitten die schadelijk kunnen zijn voor uw terrariumdieren. Niet alle giftige stoffen zijn gemakkelijk met water te verwijderen.

Voor alle terraria geldt dat ook gekozen kan worden voor kunstplanten. Dat kan handig zijn als levende planten door de grootte, het eetgedrag of de activiteit van de terrariumbewoner weinig kans op overleven hebben. Bovendien zijn kunstplanten gemakkelijk schoon te maken en zijn ze vaak nauwelijks van echte planten te onderscheiden.

Laat planten bij voorkeur in de pot staan. Op die manier zijn ze gemakkelijk te verwijderen voor de schoonmaak.

Overige inrichting

Een woestijnterrarium kan verder ingericht worden met rotsen van steen (niet scherp, stevig liggend) of kunststof met of zonder hol en droge stukken hout en takken. Aangezien het in een woestijnterrarium erg droog is en hout dus niet snel gaat rotten kunt u zelf takken verzamelen. Gebruik alleen takken van loofbomen, want hout van naaldbomen bevat hars. Maak het hout wel goed schoon met een borstel en heet water in verband met de aanwezigheid van parasieten en schimmels.

Voor een regenwoudterrarium of paludarium zijn stukken kurkschors en vochtbestendige takken geschikt, zoals tropisch wortelhout, kienhout, stobben (eikenstronken), kunststof takken en lianen.

In een terrarium kunt u het beste ook de achterwand en eventueel ook de zijpanelen in het landschap betrekken. Er zijn kant-en-klare achterwanden te koop bij dierenspeciaalzaken, maar u kunt er ook zelf één creëren door een plaat piepschuim naar eigen inzicht te bewerken. U kunt bijvoorbeeld plateaus maken waarop de dieren kunnen liggen. U kunt ook platte (lei)stenen tegen de wand plakken of (in een regenwoud- of moerasterrarium) de wanden voorzien van begroeiingsmatten, kurkplaten, varenwortel of plantenelementen van kokosvezel. Let er wel op dat het geheel goed schoongehouden moet kunnen worden.

In ieder terrarium moeten voldoende schuilplaatsen aanwezig zijn. In regenwoudterraria en paludaria zijn halve kokosnoten zeer goed bruikbaar als schuilplaatsen. Voor slangen zijn omgekeerde bloempotten goed bruikbaar. In dierenspeciaalzaken zijn ook kant-en-klare schuilplaatsen verkrijgbaar.  

Reiniging en desinfectie

Uitwerpselen en voedselresten moeten dagelijks uit het terrarium worden verwijderd. Doe dit als u handmatig sproeit vóór het sproeien en ververs na het sproeien het water in de waterbakjes. Op deze manier hoeft het terrarium niet te vaak open, zodat er minder warmte verloren gaat en de dieren zo min mogelijk gestoord worden. Water in waterbakken zonder filter moet iedere dag geheel worden vervangen, water dat continu gefilterd wordt door een aquariumfilter eens per week.

Een normale huishoudelijke schoonmaak dient tenminste één keer per maand plaats te vinden. De bodembedekking dient zo vaak als nodig is te worden vervangen: als het gaat stinken bent u te laat.

Desinfecteer wanneer er gezondheidsproblemen spelen en anders in ieder geval twee keer per jaar. Het hele terrarium moet daarvoor leeggehaald worden.

 

Bron: LICG. Het LICG voorziet (potentiële) kopers en houders van huisdieren van onafhankelijke, betrouwbare informatie over het houden van huisdieren en alle aspecten die in dat kader relevant zijn. De informatie is beschikbaar via www.licg.nl.