Amfibieën en reptielen

amfibie ën en reptielen zijn twee verschillende groepen dieren.

Amfibieën

“Amfibie” is het Griekse woord voor ‘dubbelleven’. Deze betiteling van de dieren slaat op de levenswijze van de amfibieën; ze leven deels in het water (zijn daar afhankelijk van) en deels op het land. Amfibieën worden onderverdeeld in drie orden.
1.) Amfibieën zonder poten (Apoda)
2.) Amfibieën met staart (Urodela)
3.) Amfibieën zonder staart (Anura)

Reptielen

“Reptielen” worden ook wel “kruipende dieren” genoemd (Reptilis is het Latijnse woord voor kruipend). Reptielen zijn in veel sterkere mate aangepast aan het leven op het land dan amfibieën. De kans op uitdroging is gering, daar de huid voorzien is van een veel dikkere hoornlaag dan bij amfibieën.

Reptielen worden onderverdeeld in vier orden:
1.) Zee en landschildpadden (Cheloniden)
2.) Brughagedissen (Rhynchocehalia) nog 1 soort: Sphenoden Puctatus
3.) Geschubde reptielen (Squamata)
4.) Krokodillen (Crocodilia)

Kenmerken van amfibieën en reptielen

Huid: Zacht, vochtig , dunne hoornlaag gif- slijmklieren. Droge, geschubde huid.
Ademhaling: Huid, longen, in larvenstadium d.m.v kieuwen. Longen + vaak longzakken. Bij moeras- en zeeschildpadden: anale luchtzakken gevuld met water.
Voortplanting: Eieren in het water, omgeven door geleiachtig omhulsel, uitwendige bevruchting. Larve in het water maakt een gedaanteverwisseling mee. Eieren op het land, perkament achtige of harde kalkschaal. Bij mannetjes penis in cloaca.

Hanteren en het verpakken

Stelregel is reptielen en amfibie ën zo weinig mogelijk vast te houden. Reptielen en amfibieën zijn geen knuffeldieren. Toch zullen ze af en toe gehanteerd moeten worden. Bijvoorbeeld bij de aan- en verkoop van dieren, het schoonmaken van een terrarium of bij ziekte.

Belangrijk is te weten hoe de verschillende soorten gehanteerd moeten worden.

Slangen Hagedissen Salamanders, kikkers en padden
Kleine slangen: voorzichtig optillen en niet te stevig vasthouden.
Grote slangen: Eén hand voorzichtig achter de kop, met de andere het lichaam van de slang optillen.
Kleine hagedissen: achter de voorpootjes tussen de vingers klemmen.
Grote hagedissen: achter de kop bij de romp pakken, pootjes tussen de vingers klemmen.
Met twee handen oppakken.

 

Transport van de dieren dient zodanig te gebeuren, dat de dieren niet teveel afkoelen en absoluut niet bij vriezend weer. Dieren kunnen bij vriezend weer wel in een afgesloten tas met onderin een warme kruik of onder de kleding op het lichaam worden meegenomen. Voor het verpakken van de dieren heb je voor grote dieren een linnen zak(je) en voor kleine dieren een polystyreen doosje nodig en keukenrol tegen het afkoelen en stoten. Men moet reptielen niet storen in de eerste paar uren na het eten.

Huisvesting

Reptielen en amfibie ën zijn koudbloedig. Het is daarom van belang bij de huisvesting rekening te houden met hun “biotoop”. Reptielen en amfibieën worden gehuisvest in terraria. Deze dieren zijn niet zo aan water gebonden als vissen, waardoor je een grote variëteit aan terraria hebt.

De meest gangbare terrariasoorten zijn:

Voor amfibieën Voor amfibieën en reptielen Voor reptielen
Paludarium Tropisch regenwoudterrarium Schildpaddenterrarium
Moerasterrarium   Steppeterrarium
    Woestijnterrarium
    Gemengd terrarium

Het kweken van reptielen en amfibieën

Amfibieën

De voortplanting van alle amfibieën vindt in het water plaats door middel van het afzetten van eieren zonder schaal. Na het uitkomen ondergaan de jongen een metamorfose. Na deze metamorfose gaan de jongvolwassen amfibieën voor het eerst het land op. Amfibieën kennen op een uitzondering na geen broed-/moederzorg.
De vroedmeesterpad staat er bijvoorbeeld om bekend, dat de man de eisnoeren om de achterpoten wikkelt en enige tijd met zich meedraagt. Zodra de eieren op het punt van uitkomen staan, deponeert hij ze in het water.

Salamanders

De bevruchting bij salamanders vindt inwendig plaats. De mannetjes deponeren spermapakketjes op de grond. De vrouwtjes nemen deze spermapakketjes op. Ze zijn in het bezit van een tweede ruimte naast de cloacaruimte voor het opslaan van sperma (spermatheek). Nadat de eieren bevrucht zijn worden de eieren stuk voor stuk aan een blad afgezet. Daarna wordt het blad dubbelgevouwen. Ook komt het voor dat de eieren aan takken worden afgezet. In het larvale stadium hebben salamanders uitwendige kieuwen. Deze kieuwen verdwijnen na de metamorfose (Axelotl ’s vormen hierop een uitzondering).

Kikkers/padden

Bij kikkers en padden vindt de bevruchting uitwendig plaats. De mannetjes omklemmen de vrouwtjes. De eieren die afgezet worden, worden direct door de mannetjes bevrucht. De eieren van de kikkers worden in klompen afgezet en van padden in snoeren.

Reptielen

De bevruchting vindt bij reptielen inwendig plaats. Mannetjes hebben een orgaan (penisachtig), waarmee ze zaad in de cloaca van het vrouwtje kunnen brengen. De zaadcellen vinden vervolgens zelf hun weg naar de eieren in de eileiders.
Bij slangen en hagedissen is het paringsorgaan gespleten. Wanneer het vrouwtje zich tijdens de paring links van het mannetje bevindt, wordt het linkergedeelte uitgestulpt; als zij rechts is het rechtergedeelte.
Bij schildpadden en krokodillen is dit paringsorganen enkelvoudig. Bij veel soorten reptielen zijn de vrouwtjes in staat het zaad in zogenaamde zaadbuideltjes te bewaren. Bij slangen en schildpadden komt het dan ook wel eens voor dat een vrouwtje een paar jaar na de paring nog bevruchte eieren legt.
De voorplanting van reptielen gebeurt op het land door middel van eieren met schaal (kalk of leerachtig) of eilevendbarend (sommige hagedissen en slangen).
In de natuur worden de eieren in losse grond of tussen rottende planten gelegd. Evenals amfibieën kennen reptielen geen moederzorg (enkele uitzonderingen daarop zijn bijvoorbeeld de tijgerpython’s).
De eieren worden door zonnewarmte uitgebroed.
Sommige soorten, zoals gekko’s leggen 2 à 3 eieren. Andere soorten, zoals zeeschildpadden, leggen wel honderden eieren.
Totdat de eieren uitkomen, groeien de eieren. Om uit het ei te breken bezitten jonge reptielen op de neus een eitand. Na enige dagen valt deze eitand eruit.

Kweken in gevangenschap

Bij het kweken van reptielen worden de eieren kunstmatig uitgebroed. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van een couveuse of een broedstoof. De broedtemperatuur en luchtvochtigheid is per diersoort verschillend. Gemiddeld genomen moet de broedtemperatuur ongeveer 30 graden zijn bij een luchtvochtigheid van ongeveer 90%.
De broedtijd varieert ook per diersoort. Gemiddeld duurt het zo’n 60 dagen. Het voedsel voor de jonge reptielen is een verkleinde uitgave van het voedsel voor de volwassen dieren.

Ziekten en gezondheidszorg

Infectieaandoeningen

Dit zijn ziekten die het gevolg zijn van een bacterie of een virus. Infecties zijn heel moeilijk uitwendig waarneembaar. Als de indruk bestaat dat er sprake is van een infectieuze aandoening dan is behandeling met antibiotica (oxytetracycline of chlooramphenicol) nodig. Het is raadzaam hiervoor contact op te nemen met uw dierenarts.

Enkele wel waar te nemen infectieziekten zijn:

Abcessen Behandelen met antibiotica
Wratten Aanstippen met zilvernitraat
Mondvuil/mondrot Komt voor bij slangen, ontsmetten met 3% waterstofperioxide of aangezuurd water. Als antibiotica kan terramycine gebruikt worden.
Longontsteking Temperatuur verhogen en antibiotica geven.

Parasitaire aandoeningen

Inwendige parasieten
Door een mestonderzoek is te achterhalen of de dieren wormen hebben. De meest voorkomende worminfecties zijn:
Lintworm
Maag en darmwormen
Longwormen

Uitwendige parasieten
Luis en mijt zijn veelal te vinden in oksels, liezen en tussen de schubben. De dieren schuren zich veelvuldig of liggen veel in de waterbak. Behandeling: het dier en omgeving behandelen met Reptix First Aid.

Dificientie ziekten
Zowel te weinig als teveel vitamines kunnen ziekten veroorzaken bij terraria dieren. Meestal is er een tekort aan bepaalde vitamines.
 

Aandoening Oorzaak Behandeling
Oogontstekingen
(vooral bij schildpadden)
Vitamine A gebrek of kou. Vitamine A of oogzalf gebruiken.
Been- of botverweking
(vooral bij schildpadden en jonge dieren)
Vitamine D of kalkgebrek Kalk bijgeven (calcium)
Biotoopstoornissen
(stress factoren)
Verkeerde huisvesting Huisvesting verbeteren

Voedselweigering

Een apart probleem is het pertinent afwijzen van toegediend voedsel (voornamelijk voorkomend bij reptielen). Allereerst zal gekeken moeten worden of de huisvesting aan alle eisen voldoet en het dier gezond is. Blijkt dit allemaal goed te zijn, dan kun je proberen te variëren in het voedselaanbod en het tijdstip van voeren.

  • NIEUWSBRIEF

    Blijf op de hoogte van onze acties!