Agapornissen

 

Wetenschappelijke naam Agapornis
Herkomst Afrika
Huisvesting paarsgewijs in een binnenkooi of groepsgewijs in een volière
Voedsel zaden en groenvoer
Grootte ongeveer 17 cm.
Broedtijd 21 dagen
Aantal jongen tot 5 à 7
Uitvliegleeftijd ongeveer 5 weken

 

Agapornissen zijn ontzettend leuke en boeiende vogels waar u heel veel plezier van kunt hebben. Als u overweegt een Agapornis aan te schaffen, zijn er echter wel een paar aandachtspuntjes welke kenmerkend zijn voor deze vliegacrobaten. Het woord agapornis is een Griekse wetenschappelijke naam en het betekent: agepe = liefde, ornis = vogel. Het vogeltje doet zijn naam als liefdesvogeltje ook echt eer aan. Als de vogeltjes een stel hebben gevormd, dan zijn ze een hecht koppel voor het leven. De vogeltjes zitten dan steeds heel dicht bijelkaar en verzorgen elkaars vederpak. U zult begrijpen dat bij het houden van de vogels de voorkeur uitgaat naar een stelletje. Wilt u toch liever één agapornis, omdat u hem bijvoorbeeld tam wilt maken, dan moet u er rekening mee houden dat de vogel naar één persoon toetrekt. De agapornis is erg monogaam en kiest zijn of haar partner voor het leven. Dit kan natuurlijk voor een hele hechte band zorgen, maar onderschat niet hoeveel aandacht u de agapornis dagelijks moet geven. Wat ook belangrijk is om te weten, is dat de agapornis een harde schrille stem heeft die u niet zomaar uit kunt zetten. Helaas behoort deze dwergpapegaai niet tot de papegaaien die u kunt leren praten. Gelukkig is de agapornis een sterke vogel die wel 15 jaar kan worden. U kunt dus heel lang genieten van uw vogelkameraadje(s).

Algemeen

Agapornissen worden tot de wassnavel papegaaien (lonïni) gerekend en worden ook wel dwergpapegaaitjes genoemd. Van oorsprong komen de agapornissen uit Afrika. Er bestaan heel wat soorten agapornissen, die we kunnen verdelen in twee groepen. De eerste groep kunnen we herkennen aan de bevederde witte oogring en aan het nestelgedrag. Tot de groep met de witte oogring, de zogenaamde personata’s behoren vier ondersoorten.
Het gaat om de:
- Agapornis Personata (de zwartmasker agapornis)
- Agapornis Fischeri (de rozekop agapornis)
- Agapornis Nigrigenu’s (de zwartgezicht agapornis)
- Agapornis Lilianea (de Njassa agapornis)

Tot de andere groep agapornissen, de zogenaamde roseicollis, behoren vijf ondersoorten. We hebben het dan over de:
- Agapornis Roseicollis (de perzikkop agapornis)
- Agapornis Taranta (de abessijnse agapornis)
- Agapornis Cana (de grijskop agapornis)
- Agapornis Pullaria (de roodmasker agapornis)
- Agapornis Swinderniana (de groenkop agapornis)

Wat opvallend is bij de groep roseicollis is het klemmen van nestmateriaal tussen de veren om het mee te kunnen nemen naar het nest. Bij de personata’s slepen de vrouwtjes het nestmateriaal aan met de snavel.

Huisvesting

Agapornissen zijn levendige, ondernemende vogels die graag klauteren en klimmen. Deze dwergpapegaaien hebben een vrij grote kooi nodig met dwarsliggende tralies, zodat ze lekker kunnen klimmen.
In de natuur vliegt de agapornis heel wat kilometers per dag. In de kooi of binnenvolière lukt dat natuurlijk niet. Daarom zou het fijn zijn als de vogel af en toe los zou mogen vliegen (let wel op deuren en ramen, ramen ook afschermen). Er zijn ook hele leuke ‘vogelcircussen’ in verschillende maten te verkrijgen. Dit zijn houten speelplaatsen op een plateau. De vogel kan zich buiten de kooi prima vermaken in zijn eigen speeltuin.

In de kooi strekt de vogel ook af en toe zijn vleugels door bijvoorbeeld heel hard op zijn stok te gaan fladderen. In een te kleine kooi zou de vogel zijn vleugels kunnen beschadigen. De kooi moet van stevige materialen gemaakt zijn, zodat de agapornis met zijn krachtige snavel de kooi niet kapot kan krijgen en kan ontsnappen. Let er goed op waar u de kooi plaatst. De kooi moet op een tochtvrije plaats staan en niet in direct zonlicht of bij de verwarming in verband met te grote temperatuurverschillen. De vogel kan dan namelijk in de zogenaamde ‘huiskamerrui’ blijven of ziek worden. Agapornissen kunnen ook heel goed in een buitenvolière overwinteren als ze maar een vorstvrij nachthok hebben.

Benodigdheden

Naast een grote kooi heeft de agapornis natuurlijk ook stevige stokken nodig. Let er goed op dat de diameter niet te smal is (16 mm), want dan kunnen de nagels gaan scharen. Het beste is om ook een speciale stok in de kooi te bevestigen voor het afslijten van de nagels. Deze stok is tevens wat dikker zodat de poten lekker soepel blijven. Eén van de belangrijkste benodigdheden zijn natuurlijk wel de voer- en waterbakjes. De meeste bakjes die bij de juiste agaporniskooi zitten, zijn geschikt. Het enige nadeel van een voersilo is de kans op verstopping, omdat de agapornissen vrij grove zaden eten. U kunt dan een voerbakje aan de binnenkant van de kooi hangen. Een paar extra bakjes voor het vogelgrit, snoepzaad en eventueel wat eikrachtvoer zijn ook belangrijk. Agapornissen zijn ook echte klimmers. Zorg er dus voor dat er voldoende speelgoed (kralentouwen, klimtouwen, ladders) aanwezig is. Om verveling bij de agapornis tegen te gaan kunt u bijvoorbeeld wat wilgenhout in de kooi plaatsen. Agapornissen kunnen goed slopen en zullen de hele schors van de takken afhalen. Als u een stelletje voor de kweek wilt gaan gebruiken, dan wordt de schors van de wilgentakjes gebruikt als nestmateriaal. Als broedbak gebruiken agapornissen een horizontaal blok. De agapornis maakt een soort sluis naar het nestje toe.

Als u de agapornis tam wilt maken, kunt u beter geen spiegeltje in de kooi hangen. De vogel ziet dan zijn eigen spiegelbeeld als ‘partner’ en heeft dan geen aandacht meer voor u. Bodembedekking hoort natuurlijk ook in de kooi. Het beste kunt u Corbo (dit zijn maïskorrels) of houtkorrels gebruiken. Deze korrels absorberen heel goed en stuiven niet zoals schelpenzand doet. U hoeft de kooi dan ook minder vaak schoon te maken. Uw vogel vindt het ook heerlijk om regelmatig een bad te nemen. Zorg dat het badwater niet te koud is en voeg er een schepje badzout aan toe. Een wasbeurt in een badje met badzout is ideaal voor een gezonde, schone en gladde bevedering, zorgt voor een optimale verenwissel tijdens de ruiperiode en de vogel kan zich ontdoen van  stof en andere ongemakken.

Voeding

Agapornissen zijn vogels die grof parkietenzaad eten. We hebben dit in zakken, waaraan u zelf nog eikrachtvoer en vitamines moet toevoegen. Het nadeel van dit voer is dat het een vrij eenzijdig zadenbestand heeft. Het beste kunt u dus een volledig compleet voer geven, zoals XtraVital grote parkietenvoer. Dit voer biedt een brede verscheidenheid aan en de acceptatie is erg goed. Met het bijvoeren van zonnepitten moeten we voorzichtig zijn, omdat deze oliehoudend zijn en de vogel zo snel te vet wordt. Trosgierst is wel een gezonde lekkernij dat tevens verveling tegen gaat. U kunt de vogel ook af en toe snoepzaad, snoepstengels of speciale vogelsnoepjes geven om te verwennen. Er bestaan ook speciale plantjes voor vogels: Golliwoog. Deze verse plantjes bevatten een bron aan vitaminen en mineralen. Hierdoor zijn ze een prima aanvulling op de voeding en ze bevorderen tevens de spijsvertering.

Wat beslist niet mag ontbreken op het menu is een bakje met vogelgrit. Dit heeft de vogel nodig om in zijn tweede maag (de spiermaag) zijn voedsel te kunnen vermalen. Voor de kalkvoorziening hangen we een hard piksteentje op. Een stuk Sepia is minder geschikt, omdat dit te zacht is waardoor de agapornis teveel kalk binnen krijgt.

Verzorging

Dagelijks moet de agapornis worden voorzien van vers water en nieuw voer. Eenmaal per week moet de kooi helemaal worden schoongemaakt. In de meeste schoonmaakmiddelen zitten chemicaliën, deze kunnen allergieën of vergiftigingen veroorzaken. Wees voorzichtig met deze middelen en gebruik bij voorkeur een product dat speciaal voor het reinigen van dierverblijven is vervaardigd.  Ter voorkoming van wormen, luis en mijt wordt er één keer per kwartaal een pipetje anti-parasiet in de nek gegeven.

  • NIEUWSBRIEF

    Blijf op de hoogte van onze acties!