Kippen

Algemeen

De kip is een vogel die veel gehouden wordt, niet alleen voor de productie van vlees en eieren maar ook als hobbydier. De belangrijkste voorouder van de gedomesticeerde kip (Gallus gallus domesticus) is het Bankiva hoen (ook wel Rode Kamhoen genoemd), een in het wild levende hoenderachtige die voorkomt in Zuidoost-Azië. Kippen kunnen tien tot vijftien jaar, soms zelfs ouder worden.

Van nature

Kippen leven van nature in groepen bestaande uit een haan, een aantal hennen en hun kuikens. Binnen de groep bestaat een duidelijke rangorde, ook wel pikorde genoemd: de hogere in rang pikt de ranglagere. De haan waarschuwt als er gevaar dreigt en hij verdedigt de hennen en het territorium. Hij brengt de hennen naar het voedsel en zoekt voor hen een veilige slaapplaats. In het wild overnachten kippen in bomen.

Kippen besteden vrijwel de hele dag aan het zoeken naar voedsel: zaden, insecten, wormen en dergelijke. Daarbij krabben ze de grond los en onderzoeken die met de snavel. Verder nemen ze af en toe een stofbad en verzorgen ze hun veren met het vet uit de stuitklier. Als er genoeg voedsel is, blijven kippen op één plek en komen zelden meer dan 50 meter van hun slaapplek.

Een kip gaat eens per jaar in de late zomer of de herfst in de rui. Normaal gesproken neemt het hele ruiproces één tot twee maanden in beslag. De ruiperiode kost de kip veel energie. Een hen in de rui legt dan in het algemeen geen eieren, de kam en lellen worden kleiner en de kop wordt bleek.

Huisvesting

Kippen zijn groepsdieren en moeten niet alleen worden gehouden. Een groep kan bestaan uit uitsluitend hennen of tenminste twee hennen met maximaal één haan. In dat laatste geval kan de haan uiteraard de hennen bevruchten, maar zolang de bevruchte eieren niet bebroed worden kunt u ze gewoon eten.

Voor kleine aantallen dieren zijn er kant-en-klare kippenhokken te koop, maar voor een groter koppel kippen zult u eigenlijk altijd zelf een kippenhok moeten (laten) bouwen. Het minimale oppervlak is voor de middelgrote rassen 1,5 vierkante meter per dier (0,5 m2 nachthok en 1 m2 buitenren). Voor een krielras is het minimale oppervlak tenminste 0,75 vierkante meter per dier (0,25 m2 nachthok en 0,5 m2 buitenren). Voor alle kippen geldt echter: hoe groter het leefoppervlak hoe beter.

Kippen kunnen slecht tegen hitte en tocht, zorg daarom voor schaduw en zet het hok in de luwte. Zorg wel voor voldoende ventilatie. Als bodembedekking is  hennepstro of gehakseld stro geschikt. Let erop dat de bodembedekking goed absorbeert en niet te stoffig is.

Maak voor de kippen een overdekte buitenren, om te voorkomen dat ontlasting van wilde vogels met daarin mogelijk ziekteverwekkers in uw kippenhok terecht komt. De bodem van de buitenren bestaat bij voorkeur uit beton of tegels met daar bovenop een laag schoon zand van tenminste twintig centimeter dik. Alle kippen hebben behoefte om zich te wassen door het nemen van zandbaden. Plaats daarom een bak met schoon wit zand op een zonnige plek in de buitenren.

 

Verzorgen en hanteren

Bij de verzorging van kippen is vooral de hygiëne erg belangrijk. De mestplank moet elke dag afgekrabd worden, de eieren moeten geraapt worden en het water moet ververst worden. Was elke dag de waterbakken af. Verwijder regelmatig de uitwerpselen in binnen- en buitenhok. Reinig de zitstokken als ze vies worden, maar minstens eens per twee weken, en behandel zitstokken en mestplanken ongeveer eens per twee weken met een desinfecterend middel. Maak dan ook de voerbakken goed schoon.

Desinfecteer de legnesten in de zomer liefst maandelijks, in de winter is eens per twee maanden voldoende. Verschoon het stro in de legnesten eens per maand of eerder indien nodig. De bodembedekking van het nachthok moet eens per een tot vier maanden geheel verschoond worden. Een goede vuistregel voor het verversen van de bodembedekking is dat het strooisel altijd droog moet aanvoelen en nooit een ammoniaklucht mag afgeven. Maak bij het verversen ook de vloer schoon met een geschikt desinfecterend middel. Volg de aanwijzingen van de fabrikant.

Het is verstandig om eens per jaar in de buitenren een laag van circa twintig centimeter af te graven en weer aan te vullen met schoon zand. De vuile grond kunt u in uw tuin verspreiden. Vervang het zand in het zandbad regelmatig.

De beste manier om een kip te vangen is door, liefst in de schemer, rustig op het dier af te lopen, een hand op de rug te leggen en zachtjes op zijn rug te duwen waardoor de kip gaat zitten. Vervolgens pakt u met uw andere hand van onderaf de beide poten vast. U kunt de kip nu oppakken terwijl u met de bovenste hand de vleugels tegenhoudt. Bij grotere kippen kunt u de kip tegen u aan houden en/of onder uw onderarm ‘klemmen’. Oefen niet te veel druk uit op het lichaam van de kip: dat belemmert de ademhaling. Til een kip niet op aan alleen de vleugels of de poten, daar is het lichaam te zwaar voor. Leg een kip niet op de rug, ook dit kan de ademhaling belemmeren.

Kippen kunt u tam maken door de dieren altijd rustig te benaderen, altijd hetzelfde geluid te maken als u ze benadert en de dieren zittend op uw hurken uit de hand graanvoer aan te bieden.

Controleer regelmatig de nagels, sporen (haan) en snavelpunt van uw kippen en laat ze indien nodig inkorten door uw dierenarts. Nagels kunt u eventueel zelf knippen met een hiervoor geschikte nageltang. Voorkom bij strenge vorst dat de kam en lellen bevriezen door ze in te smeren met zuurvrije vaseline.

Voeding

De voeding van de kip bestaat uit een pluimveekorrel of -meel als basisvoer, aangevuld met wat graan en groenvoer als bijvoer. Het voordeel van een voer in meelvorm is dat de kippen er veel langer over doen om hun voer binnen te krijgen. Dit geeft de dieren iets te doen en kan verenpikken bij elkaar voorkomen. Een nadeel is dat er vaak ook meer van gemorst wordt. Voor kippen met baarden of kuiven is meel niet zo geschikt, het kan namelijk in de baard en/of kuif blijven hangen waarna hokgenoten ernaar gaan pikken. Kies een korrel waarvan de grootte past bij het formaat van uw dieren. Volwassen kippen eten gemiddeld 30 tot 100 gram voer per dag, maar dit is uiteraard afhankelijk van hun grootte, activiteit (bezigheid, broedsheid, leggen) en de omgevingstemperatuur. Wanneer u ’s ochtends voert, moet het voer helemaal op zijn voordat de kippen ’s avonds op stok gaan. Controleer regelmatig de conditie van de kippen; op het borstbeen mag een beperkte hoeveelheid vlees zitten en het achterlijf mag niet te vol aanvoelen. Als het borstbeen scherp aanvoelt is de kip te mager.

Kippen zijn dol op graan, maar kunnen er wel snel dik van worden. Gebruik het dus enkel als bijvoeding. Maximaal 10% van de totale voeding mag bestaan uit een graanmengsel. Graanmengsels voor kippen bevatten doorgaans haver, tarwe, maïs en gerst, soms aangevuld met kleine zonnebloempitten maar dit laatste is erg vet en daardoor minder geschikt. Voor de kleine rassen kunt u beter kiezen voor een graanmengsel dat gebroken granen bevat, want de zaden zijn anders te groot voor de kleine snavels.

Kippen eten ook graag groenvoer, zoals bessen (bijvoorbeeld bramen en frambozen), groenten (onder andere sla, boerenkool, broccoli, wortel), kruiden (bijvoorbeeld weegbree, jonge brandnetel, vogelmuur, herderstasje, gras, paardenbloem) en fruit (zoals appel, peer en banaan). Als extraatje kunt u uw kippen af en toe wat regenwormen, meelwormen of maden geven.

Tijdens de eileg hebben hennen voor de vorming van de eierschaal meer behoeft aan kalk. Extra kalk kunnen ze opnemen uit grit; bied het aan als bodembedekking in de legnesten of in een apart bakje.

In de spiermaag van de kip zorgt opgenomen maagkiezel ervoor dat granen gekneusd worden en daardoor beter verteerbaar zijn. Meng maagkiezel met grit of doe het in een apart bakje.

Als u een klein aantal kippen houdt, is een aardewerken voerbak met een naar binnen gebogen rand handig, bij grotere aantallen kippen is een hangend voersilootje of een staande roestvrijstalen trog aan te bevelen. Er bestaan ook voerautomaten, die volwassen kippen zelf kunnen openen door op een trede te gaan staan. Groenvoer kunt u het beste aanbieden in een ruifje. Als u het ruifje zo hoog ophangt dat de kippen een stukje omhoog moeten springen om bij het voer te kunnen komen, krijgen de kippen tegelijkertijd extra lichaamsbeweging.

Zorg altijd voor vers drinkwater. Plaats drinkbakken op een verhoging zodat de dieren er geen vuil in kunnen krabben en zorg ervoor dat de bakken niet om kunnen vallen. Hangende drinkklokken (plastic koepels met een bord eronder waarvan de dieren drinken) zijn erg handig. Kippen drinken gemiddeld ongeveer 250 milliliter per dag. Plaats de waterbak in de schaduw. In de zomer kan het nodig zijn het drinkwater meerdere keren per dag te verversen.

Ziekten en aandoeningen

Gezondheidsproblemen bij hobbykippen worden vaak veroorzaakt door parasieten.

Inwendige parasieten bij kippen zijn wormen, vooral de grote en kleine spoelworm, de grote en kleine lintworm en de haarworm, en coccidiën. Verschijnselen van infecties met deze maagdarmparasieten treden lang niet altijd en vooral bij de jonge dieren op. De verschijnselen kunnen bestaan uit: vermagering, lusteloosheid, bol zitten (met opgezette veren), diarree, groeivertraging, stoppen van de eiproductie en het bleek worden van kam en lellen. Goede hygiëne is belangrijk in de preventie van infecties.

Luizen, vlooien en mijten zijn uitwendige parasieten die bij kippen onrustig gedrag door de jeuk en een slecht verenkleed door krabben en pikken veroorzaken. Kippen kunnen ook lijden aan bloedarmoede door een infectie met bloedluis. Dit is eigenlijk een verkeerde naam want de bloedluis is geen luis, maar een mijt. Deze ‘bloedluizen’ verschuilen zich overdag in kieren en spleten van het hok, onder zitstokken, legnesten en voerbakken en in het strooisel. ’s Avonds en ’s nachts komen ze massaal tevoorschijn om op de dieren bloed te zuigen.

Kalkpoten worden ook veroorzaakt door een mijt. De kip krijgt dan vuilwitte, droge korsten tussen de schubben van de poten, soms zo uitgebreid dat de kip niet meer kan lopen. Een goede hygiëne is essentieel om infecties met uitwendige parasieten te voorkomen. Daarnaast werkt een regelmatige behandeling van het hok met witte kalk preventief tegen bloedluis. Middelen om luizen, vlooien en mijten te bestrijden zijn verkrijgbaar bij dierenartsen, dierenspeciaalzaken en agrarische winkels.

Ziekte van het ademhalingsstelsel komen regelmatig voor. De verschijnselen kunnen zijn: niezen, rochelen, neusuitvloeiing en benauwdheid (met snavel open ademen). Bacteriën veroorzaken ‘snot’ (Coryza) en Chronic Respiratory Disease (CRD). Virussen zijn verantwoordelijk voor Infectieuze Bronchitis (IB) en Infectieuze Laryngotracheïtis(ILT). Ook schimmels kunnen ademhalingsziekten veroorzaken. Tocht, overbevolking en/of een slechte hygiëne zijn vaak de aanleiding voor het aanslaan van deze ziekteverwekkers. Raadpleeg altijd een dierenarts.

Aanschaf en kosten

U kunt kippen kopen bij fokkers, bij een boer en soms via een dierenspeciaalzaak. Ga vooraf na of uw gemeente het toestaat om kippen binnen de bebouwde kom te houden en of u een bouwvergunning nodig heeft voor het kippenhok. Overleg ook met uw buren. Maak een weloverwogen keuze voor een ras of juist een rasloze kip door informatie in te winnen via bijvoorbeeld pluimvee- of kleindierverenigingen en bezoek tentoonstellingen. Kies kippen die actiefzijn en niet overdreven paniekerig reageren. Het verenpak moet schoon, aaneengesloten en glanzend zijn en vrij van parasieten. De kam en lellen mogen bij volgroeide, niet-broedende en niet-ruiende dieren niet vaal van kleur zijn en het borstbeen mag niet te scherp aanvoelen. Zorg dat het kippenhok klaar is voordat u uw kippen gaat ophalen en dat de dampen van beits of verf zijn vervlogen: deze zijn namelijk uiterst giftig voor vogels. Vraag of u wat voer mee kunt krijgen. U kunt de kippen geleidelijk overzetten op ander voer door dit oude voer te mengen met steeds iets meer van het nieuwe voer.

Kippen zijn niet zo duur om te houden. De kosten voor voer en strooisel komen neer op enkele euro’s per dier per maand, de dieren zelf zijn te koop vanaf enkele euro’s. U bent uiteraard wel geld kwijt aan de aanschaf of bouw van een goed hok, en dit kan enkele honderden euro’s kosten. Preventieve behandeling van mijten en luizen, onderzoek van uitwerpselen en eventuele vaccinaties kosten natuurlijk geld. Ook kan het voorkomen dat u vanwege ziekte onder de dieren een dierenarts moet raadplegen.

 

  • NIEUWSBRIEF

    Blijf op de hoogte van onze acties!