Voorkomen van wormen

 

Er zijn talloze wormen bij hond en kat bekend. Van al deze wormen zijn er twee soorten waar we dagelijks mee geconfronteerd worden. Het gaat hier om de spoelworm (ascariden) en de lintworm (testoden), maar ook hartwormen en platwormen kunnen voorkomen.

Spoelwormen

Spoelwormen zijn lange (tot 18 cm.), ronde, witte wormen. In de ontlasting herkennen we de spoelworm aan een vermicelli-achtige vorm. Vooral jonge dieren hebben vaak last van de spoelworm. Dit komt omdat de pups al voor de geboorte en de kittens via de moedermelk besmet worden. Deze jonge dieren kunnen hierdoor snel en soms blijvende schade oplopen. Symptomen kunnen braken, diarree, vermagering, “wormenbuikje”, droge vacht en hoesten zijn.

 

Er zijn 3 soorten spoelwormen. De cyclus is niet bij elke soort gelijk, maar is in grote lijnen als volgt:

De in de darm aanwezige wormen produceren duizenden eitjes. De eitjes komen via de ontlasting in de omgeving terecht. Door het oplikken van het larfje raakt het dier besmet. Na opname maakt het larfje een trektocht door het lichaam. Tijdens deze trektocht lopen veel larfjes ergens vast in het lichaam, bijvoorbeeld in spieren, lever of longen. Wordt de hond of kat drachtig, dan worden deze vastgelopen larven weer actief. Jonge dieren worden met deze larven besmet. Zoals eerder gezegd, pups al in de baarmoeder en kittens via de moedermelk.

 

Ook jonge kinderen zijn gevoelig voor deze larven.

Lintwormen

Lintwormen zijn bijzondere wormen omdat er voor de besmetting een tussengastheer nodig is. De eitjes van de lintworm zijn namelijk niet besmettelijk voor de drager van de lintworm. De eitjes besmetten een totaal ander dier; de tussengastheer (vlo, muis, slak).

Hond en kat worden besmet doordat ze de tussengastheer op eten.

 

Er zijn veel verschillende soorten lintwormen. De meest voorkomende is de vlooienlintworm (dipylidium canimum). Hier is de vlo dus de tussengastheer.

We herkennen de besmette hond of kat aan bijvoorbeeld de wormstukjes in de ontlasting. Deze zien er uit als maden of rijstekorrels. Er kan ook gewichtsverlies en/of diarree optreden. Een veel gehoorde klacht is ook het “sleetje rijden” waarbij de hond zit en met de voorpoten vooruit probeert te komen.

 

De levenscyclus van de lintworm verloopt als volgt:

De wormen produceren eitjes in de darmen van de hond of kat die daarna in de omgeving terecht komen. De eitjes worden vervolgens opgegeten door de vlooienlarve waardoor deze besmet raakt met de lintworm. Uit de besmette vlooienlarve ontstaat een vlo die op de hond of kat springt. Iedere gezonde hond of kat vangt met zijn tanden de vlo uit zijn vacht en slikt deze in. Op deze manier komt in de darm de lintworm uit de ingeslikte vlo vrij.

 

U begrijpt dat naast ontwormen het zeker net zo belangrijk is om de vlooien goed te bestrijden. Doet u dit niet dan komt de vlooienlintworm keer op keer terug.

Behandelingsschema tegen wormen

 

Pups: 2, 4, 6, 8 , 12 weken

                  4 , 5 , 6 maanden en vervolgens 4 maal per jaar.

Volwassen dieren: 4 maal per jaar

Zogende dieren: 2 en 4 weken na het werpen , vervolgens 4 maal per jaar.

 

Kittens: 3,5,7,9 weken

                  Daarna op 3, 4, 5, 6 maanden en vervolgens 4 maal per jaar

Volwassen dieren: vier maal per jaar ontwormen.

Zogende dieren: 3 en 5 weken na het werpen; vervolgens 4 maal per jaar

                                  

 

Voor een effectieve behandeling moeten alle honden en katten tegelijkertijd behandeld worden met een middel dat bij uw hond of kat past.

Wij hebben tabletten en pasta voor jonge en volwassen honden of katten en granulaat voor katten die moeilijk pasta of tabletten innemen.

  • NIEUWSBRIEF

    Blijf op de hoogte van onze acties!