VHD bij het konijn


VHD (ook wel VHS genoemd) is een dodelijke virusziekte die voorkomt bij konijnen. VHD staat voor Viral Haemorrhagic Disease. Het is een zeer besmettelijke ziekte waartegen uw het konijn kunt laten inenten.

Meerdere namen

De ziekte VHD is onder meerdere namen bekend:

·       ·  RHD (Rabbit Haemorrhagic Disease) ,

·       ·  RVHD (Rabbit Viral Haemorrhagic Disease ),

·       ·  VHS (Viraal Haemorrhagisch Syndroom),

·       ·  RCD (Rabbit Calicivirus Disease).

VHD wordt veroorzaakt door het RHD virus, een calicivirus (RHDV, ‘Rabbit Haemorrhagic Disease virus’). De ziekte werd als eerste gezien in China maar komt sinds 1988 ook in Europa voor. Er zijn twee varianten van het RDH virus, het klassieke RHD virus en een variant van dit virus, RHDV2 genoemd. Tot eind 2015 was in Nederland alleen het klassieke RHD virus gesignaleerd maar sindsdien is ook de RHDV2 variant aangetoond bij overleden konijnen.

Verspreiding

VHD is erg besmettelijk en wordt overgebracht door direct contact, door besmet materiaal zoals bodembedekking, hooi, hokken, geplukt gras, via vogels of zelfs via schoenzolen, en door stekende insecten zoals vlooien en muggen. Het wordt uitgescheiden in de urine en ontlasting. Het virus kan lang overleven op schoenen of kleding bij kamertemperatuur en is bestand tegen vorst.

Symptomen

VHD is een snel verlopende ziekte die vaak dodelijk is. Vooral bij besmetting met het klassieke RHD virus is het sterftecijfer altijd hoog, zo’n 70 tot 90 %. Het virus veroorzaakt een leverinfectie met als gevolg inwendige bloedingen in allerlei organen, vooral in de longen, lever en darmen. De tijd tussen besmetting en ziekteverschijnselen (de incubatietijd) is bij het klassieke RDH virus 1 tot 2 dagen, bij het variant virus (RHDV2) 3 tot 5 dagen. Vaak zijn er geen symptomen te zien en is het konijn ineens dood.

Het kan ook zijn dat het konijn kort voor het overlijden stilletjes wordt en stopt met eten. Het dier kan benauwd worden, diarree of verstopping krijgen en het krijgt soms koorts. Al snel overlijdt het konijn, soms krijgt het daarbij epileptische aanvallen of een bloedneus en schreeuwt het.

Sommige konijnen vertonen een subacute of chronische vorm, waarbij de dieren meestal na een of twee weken overlijden aan leverfalen. Deze vorm komt wat vaker voor bij besmetting met RDHV2.

Konijnen jonger dan zes tot acht weken zijn doorgaans niet vatbaar voor het klassieke RHD virus, bij RHDV2 kunnen al vanaf een leeftijd van vier weken verschijnselen worden gezien.

Voorkomen

VHD komt in Nederland ook bij wilde konijnen voor en kan worden overgebracht op huiskonijnen. Het is daarom erg belangrijk om uw konijn hiertegen te beschermen, zowel door besmetting zoveel mogelijk te voorkomen als door uw dieren te laten inenten.

Preventieve maatregelen

Om besmetting te voorkomen is goede hygiëne belangrijk. Zorg ervoor dat wilde konijnen geen contact kunnen maken met uw konijnen. Probeer insecten te weren: gebruik horren in huis, gebruik eventueel horrengaas voor het hok en zorg ervoor dat het hok goed schoongemaakt wordt. Wees erg voorzichtig met het gebruik van giftige chemische stoffen om muggen en vliegen te doden, deze kunnen schadelijk zijn voor het konijn. Pluk geen gras en andere planten in gebieden waar ook wilde konijnen voorkomen als uw konijnen niet gevaccineerd zijn tegen VHD, en spoel alles goed af.

Vaccinatie

Er is sinds begin 2012 een nieuw vaccin dat met één vaccinatie beschermt tegen zowel het klassieke RHD virus als myxomatose, een andere dodelijke konijnenziekte. Het vaccin is een jaar werkzaam en dient dus jaarlijks herhaald te worden. Het is aan te raden uw konijn in het voorjaar te laten inenten, omdat de besmettingskans in voorjaar en zomer het grootst is.

Omdat dit vaccin géén bescherming biedt tegen RHDV2 dient daarnaast een tweede vaccinatie gegeven te worden met een vaccin dat werkzaam is tegen deze virus variant. Daarvoor zijn verschillende vaccins beschikbaar die na een half jaar herhaald dienen te worden. Sommige van de vaccins moeten na de allereerste enting na enkele weken herhaald worden (geboosterd).

Overwegingen bij vaccinatie

Bij elke enting is het belangrijk dat het dier helemaal gezond is op het moment van enten. Ook mag het konijn niet zwanger zijn. Laat het konijn daarom altijd eerst even door de dierenarts nakijken, zeker als u reden heeft om aan te nemen dat er iets met het dier aan de hand is. Enten hoort geen ‘lopende band werk’ te zijn!

Enten tijdens een operatie is niet aan te raden vanwege het beslag dat de enting legt op het immuunsysteem. De weerstand tegen andere infecties wordt daardoor tijdelijk verlaagd. Wel heeft het combinatie-vaccin tegen myxomatose en het klassieke RHD virus minder remmende werking op het immuunsysteem dan de vroeger gebruikte vaccins. Daardoor verwacht men minder risico dan voorheen bij het vaccineren van dieren die met een chronische infectie zoals ‘snot’ kampen. Wacht wel met inenten tot een moment waarop de infectie goed onder controle is; overleg vooraf goed met uw dierenarts.

De combinatie-enting tegen het klassieke RHD virus en myxomatose mag vanaf een leeftijd van 5 weken gegeven worden. De bescherming ontstaat drie weken na vaccinatie. Als bijwerking kan er op de plek van enten een bultje ontstaan in de eerste twee weken na de enting en kan de lichaamstemperatuur 1 tot 2 graden stijgen. Als er in uw omgeving VHD heerst, kunt u niet gevaccineerde konijnen die geen symptomen vertonen alsnog laten inenten.

De vaccinatie tegen RHDV2 mag gegeven worden vanaf een leeftijd van vier tot tien weken, afhankelijk van het gebruikte vaccin. De bescherming ontstaat zeven dagen na vaccinatie. Na de enting kan de lichaamstemperatuur tijdelijk een graad stijgen en/of een klein bultje ontstaan dat vanzelf weer verdwijnt.

Heeft uw konijn vaak last van bijwerkingen, of heeft het een verlaagde weerstand, overleg dan met uw dierenarts of het verstandig is het dier te laten inenten.

  • NIEUWSBRIEF

    Blijf op de hoogte van onze acties!